Dankzij de overname van Délifrance mag Vandemoortele Groep zich vanaf nu de grootste diepvriesbakker van deze planeet noemen. Het hoofdkwartier staat vandaag in Gent, maar de roots liggen in Izegem. Waar ene Constant Vandemoortele in 1899 zijn tijd ver vooruit was. Een portret.
We schrijven 1881. De jonge Constant Vandemoortele trekt van zijn geboortedorp Dentergem naar de bruisende industriestad Izegem. Als molenaarszoon trekt hij van deur tot deur om meel te verkopen, tot hij bij de oliemolen van de broers Lowie en August Vandemoortele aanklopt. Ze dragen dezelfde achternaam, maar zijn geen familie.
Constant start er als ploegbaas, maar wil zijn eigen verhaal schrijven. Samen met zijn 15-jarige zoon Adhémar start hij in 1891 zijn eigen oliefabriek op. Hij gebruikt zijn jarenlange ervaring die hij in de oliemolen opdeed, maar kijkt verder. In windmolens gelooft hij niet langer, hij zet de stap naar mechanisch persen en investeert in stoommachines.
Die gedurfde, maar succesvolle zet ligt aan de basis van waar Vandemoortele vandaag voor staat. Liefst 33 sites in Europa en eentje in de Verenigde Staten en toonaangevend in de wereld van bakkerijproducten en plant based food solutions – denk aan margarines, sauzen, vinaigrettes, oliën en vetten…
9.000 medewerkers
Vandemoortele is anno 2026 goed voor een jaarlijks omzetcijfer van meer dan 2 miljard euro, heeft 4.300 mensen in dienst – waarvan 1.250 in eigen land, brengt zowat zesduizend producten op de markt en exporteert naar liefst 72 landen. Nog voor de overname van Délifrance was Vandemoortele, met haar Bakery Products al een stevige speler in de sector der diepvriesbakkers. Broodjes, donuts, koffiekoeken… Ze vertrekken naar alle windrichtingen, tot in de Verenigde Staten en Azië.
“De site in Izegem is een van de absolute hoekstenen en zal dat ook altijd blijven”
Met de toevoeging van de Franse groep gaan die cijfers alleen maar verder de hoogte in en klokt Vandemoortele straks af op een omzet van om en bij de 3,7 miljard euro, met liefst 9.000 medewerkers in dienst.
“We hebben nog altijd dezelfde waarden als 126 jaar geleden”, benadrukte HR-manager Marc Croonen vorig jaar in deze krant. “We blijven een familiebedrijf waar mensen en kwaliteit centraal staan. En al sinds de prille start dragen we duurzaamheid en innovatie hoog in het vaandel. Dat zit in de genen van Vandemoortele.”

Vandemoortele maakte al snel de omslag van de industriële sector naar de consumentenmarkt. Destijds werd de Vandemoortele-olie gebruikt om onder andere zeep en veevoeder te vervaardigen, maar rond 1930 rolt de eerste eetbare olie in Izegem van de band. Gewaagd, maar al snel bleek het de juiste beslissing te zijn. Nog voor de Tweede Wereldoorlog produceerde Vandemoortele twintig procent van alle olie voor menselijke consumptie in België.
Iets wat zich ook vertaalde aan de Izegemse fabriek. Er kwam een olieraffinaderij en er komen steeds meer nieuwe en exotische grondstoffen per spoor en kanaal richting hartje West-Vlaanderen. “Pinda’s uit Afrika en India, soja uit China… Die werden in eigen huis verfijnd tot ze aan de hoogste standaarden beantwoordden.” In 1963 was Vandemoortele de eerste om tafeloliën in plastic flessen te introduceren, vandaag een essentieel onderdeel in elk huishouden.
Ankerpunt Izegem
Anno 2025 blijft Izegem een niet weg te denken ankerpunt binnen Vandemoortele. De hoofdzetel mag dan wel in de schaduw van Planet Group Arena van AA Gent te vinden zijn, in de Pekkerstad zijn nog altijd om en bij de 300 mensen aan de slag, waaronder de voltallige R&D-afdeling – 75 mensen sterk. “Izegem is vitaal voor onze organisatie. We produceren er nog altijd onder andere onze margarines en we blijven er voortdurend investeren. De site is een van de absolute hoekstenen van Vandemoortele en zal dat ook altijd blijven”, aldus Marc Croonen.
Vandemoortele telt straks 9.000 personeelsleden, maar blijft lokaal en familiaal verankerd. Zo zetelen in de raad van bestuur nog altijd telgen van de familie Vandemoortele
Naast lokale verankering blijft ook het familiale aspect van groot belang. Binnen de raad van bestuur, onder voorzitterschap van Jean Vandemoortele, zetelen vier telgen van de vierde generatie en zijn twee van de vijfde generatie Vandemoortele aan boord, met nog twee anderen als observator.
In oktober vorig jaar kreeg stichter Constant nog een gedenkplaat in Izegem, uit handen van de Vrienden van de Izegemse Musea. “Een bewijs hoe belangrijk het verleden voor ons bedrijf is geweest, maar we kijken meer dan ooit naar de toekomst.”

Een toekomst die dus mee vorm gegeven zal worden met Délifrance onder de Vandemoortele-vleugels. Daarmee grijpt het bedrijf ook terug naar de jaren zestig, toen het zich voor het eerst op de markt van de bakkerijproducten begaf. In de nineties lanceert het als eerste donuts in ons land, met een eigen productielijn in 1997. Doony’s is geboren. Later volgen nog onder andere muffins en brownies en in 1998 wordt ook Croustifrance opgericht. Daar vinden kleine supermarkten en tankstations een resem afbakproducten en komen ze ook te weten hoe zelf lekkere croissants en pistolets moeten bakken.
Vandemoortele telt vandaag productiesites in eigen land, Frankrijk, Nederland, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Duitsland en sinds april vorig jaar heeft het ook een eigen fabriek in New Jersey in de Verenigde Staten. Délifrance voegt daar nu ook vestigingen in Thailand en China aan toe.
Zo gaat Vandemoortele verder op zijn vertrouwde elan. “We willen altijd de markt herdefiniëren. Wij kijken vooruit, maar met respect voor wat geweest is.”
The post Vandemoortele neemt Délifrance over: West-Vlaamse groep wordt de grootste diepvriesbakker ter wereld is provided by KW.be.