Zondag beleven we weer de hoogdag voor heel wielerminnend Vlaanderen: de Ronde. Voor Jilke Michielsen wordt het een bijzondere dag. Het pas 18-jarige wielertalent, bij de jeugd meervoudig Belgisch kampioen, vocht meer dan een jaar tegen botkanker. Ze leek eind vorig jaar genezen, maar de ziekte keerde terug. Ex-toprenster, columniste en co-commentator bij Sporza Ine Beyen (37), moeder van twee dochters, was zo aangegrepen door Jilkes verhaal dat ze het meisje uitnodigde op ‘Vlaanderens Mooiste’. Wij gingen met Ine op bezoek bij Jilke.
Hoe gaat het momenteel met Jilke, vraag ik haar mama, terwijl Jilke en Ine met de fotograaf de nabije duinen intrekken. Annemie, net als vader Dirk arts: “Deze week goed. Maar ze is zó sterk, ik heb haar in al die tijd nauwelijks zien wenen.” Al die tijd: sinds dat eerste snoeiharde verdict in september 2023: het bloeiende, mooie meisje van 18, de bijzonder beloftevolle wielrenster – op haar 15de al tweevoudig Belgisch kampioene bij de nieuwelingen – had botkanker. Het zeldzame Ewing-sarcoom. Eind 2024 leek ze genezen, ze fietste alweer – “Ik word volgend jaar in Rwanda wereldkampioen!”, klonk ze alweer monter. Maar de pijn keerde terug, na 14 chemotherapieën en 33 bestralingen kreeg Jilke vorige maand snoeihard van de dokters te horen “we kunnen niets meer doen. Alleen met nieuwe chemo proberen je leven te verlengen.” En toch bleef Jilke Michielsen bijna bovenmenselijk moedig haar vrolijke zelve. “Niet normaal”, zal Ine later bevestigen.
Intussen zijn Jilke en Ine terug.
Ine: “Aan de Tafel van Gert raakte het bekend, maar al eerder had ik contact met Jilke en had ik haar uitgenodigd op de Ronde. Ik kende haar een beetje van goed twee jaar geleden toen ze als Belgische kampioene jullie vroegere criterium Westsprint had gewonnen en ik haar de trofee mocht overhandigen. Toen een vriendin mij vorige maand haar verhaal liet lezen, wilde ik Jilke meteen een berichtje sturen maar ik durfde niet goed. Ik deed het uiteindelijk toch, samen met Ruben (Van Gucht, commentator Sporza, red.). Als we iets kunnen doen..? Als je er zin hebt om eens de Ronde te volgen…? Ze mocht meteen van Maya Leye (Flanders Classics, red.) een hele dag in het spoor van Ruben en mij volgen, vanaf de ploegvoorstelling. Maar Jilke besloot de koers in de wedstrijdwagen te volgen, helemaal voorin.”
Jilke: “Ik krijg twee dagen voor de Ronde nog chemo, de hele dag in de auto zitten wordt minder vermoeiend. Ik kijk er geweldig naar uit, ben heel dankbaar dat Ine en de organisatie dat allemaal regelen voor mij.”
Was de dag van de Ronde al altijd een absolute hoogdag voor jou?
Jilke: “Tuurlijk! Zoals voor iedereen die van koersen houdt, toch?”
Ine: “Zou het een parcours voor jou zijn?”
Jilke: “Moeilijk te zeggen, misschien wel.”
Je zal vanop jouw VIP-plaats in de wedstrijdwagen ook wel denken: ik ga hier nooit mogen aan deelnemen?
Jilke: “Zou best kunnen. En dat zal wel pijn doen. Maar ik wil toch vooral de hele dag kijken met grote ogen en genieten.”
En met kennis van zaken het verloop van de koers voorspellen?
(Ine houdt nauwelijks haar lach in)
Jilke: (lachend) “Ik koerste zelf wel fanatiek en vind het heel leuk, maar ik moet bekennen dat ik het wielrennen nooit zoveel volgde. Zelfs in die mate dat mijn vriendinnen die ook koersten daar altijd om moesten lachen.”
Toch ooit gehoord van Lotte Kopecky, mag ik veronderstellen?
Jilke: (schaterend) “Zo erg is het nu ook weer niet. Maar wie start en zo, daar verdiep ik mij nooit in. Al kijk ik wel eens op televisie.”
Men zal je bij Sporza nooit moeten vragen als co-commentator?
Ine: “Ach, toen ik 18 jaar was, was ik daar ook niet mee bezig. Je bent bezig met je vriendinnen en met plezier te maken op de fiets.”
Jilke: “Ik droomde er wel van: ooit wil ik ook toprenster zijn.”
Ine: “Stel je dat je een wildcard zou krijgen om bij een topploeg te mogen, rijden, welke zou je kiezen?”
Jilke: “SD Worx (de ploeg van Kopecky, red.). Ik denk ook wel dat ik de meeste toprensters zondag zal herkennen. En ik ken wel wát van tactiek.”
Ine: “In het jeugdwielrennen is tactiek niet zo belangrijk, is het meer elk voor zich.”
Jilke: “Tactiek begint al wat meer bij de juniores.”
Alle nationale media pakten al groot uit met jouw ziekteverhaal, maar ik vond nauwelijks artikels terug over Jilke Michielsen, groot wielertalent. Zo wilde je niet bekend worden?
Jilke: “Neen. Daar denk ik wel eens aan. Het is supermooi dat ik door mijn ziekte zoveel superleuke kansen krijg zoals de Ronde van binnen mogen meemaken, maar uiteraard had ik liever aan de start gestaan.”
Eind vorig jaar, toen je genezen leek, zei je nog: “Ik keer terug en ik word in Rwanda wereldkampioen!”
Jilke: “De droom die ik al had voor ik ziek werd, ooit een wereldkampioenschap rijden, is toen in mijn enthousiasme een beetje geëscaleerd. (lacht) Ik had op het vorige WK mijn vriendinnen daar zien staan en ik dacht: ooit wín ik daar…”

Ine, had Jilke voor haar ziekte het talent om de absolute top te halen, denk je?
Ine: “Ze was alvast multidisciplinair: kampioen op de piste, op de weg en in het tijdrijden. Dan heb je al heel veel potentieel. Meer dan iemand die alleen goed kan sprinten. Als je er al bij de jeugd bovenuit steekt, is de kans groot dat je top wordt in België.”
Jilke: “Die ambitie was er in elk geval. En ik had er zoveel plezier in. Maar mijn eerste tijdrit was niet zo goed, ik heb echt moeten léren afzien. Al koerste ik altijd liever gewone wegritten. Dan kon ik een babbeltje doen in het peloton.”
Ine: “Dat begrijp ik, ik was ook zo. Alleen fietsen is een gevecht tegen jezelf en niet zo leuk. Uiteindelijk is wielrennen een ploegsport.”
Op je betere dagen neem je nu blijkbaar al eens de elektrische fiets. Maar, zei je mama, dan mis je meteen weer koérsen! Trainen! Competitie!
Jilke: “Je kan het niet vergelijken. En daardoor mis ik dan de koersfiets nog meer.”
Ine: “Het is niet normaal, hoe sterk en vrolijk je blijft. En zoals je mama er mee kan omgaan, ik zou het niet kunnen. Ik krijg het nu alweer lastig… Ik heb ook twee dochters, Odile en Marcelle, ik vertel mijn meisjes ook over Jilke. Er is voor lange tijd een band tussen ons gesmeed.”
Jouw mama vertelde hoe het hele gezin, ook je papa en je twee oudere broers en zus, de ziekte ‘wegduwen’.
Ine: “Omdat jullie er niet wíllen aan denken?”
Jilke: “Ja. We steken het liever weg. Een vlucht, zeker?”
Ine: “Dat is ook niet erg, hé.”
Jilke: “Ik heb er na de diagnose één nacht liggen over nadenken. Dan word je zó bang van wat op je afkomt. En zo wil je je dagen niet doorbrengen.”
Je staat niet elke ochtend op met de gedachte: ik heb kanker?
Jilke: “Neen. Daar schiet je niets mee op. Ik denk er vooral aan als anderen, de buren en zo, vragen: hoe gaat het? Ik ben gisteren nog met vriendinnen iets gaan eten en we hebben het er drie uren lang niet over gehad. Niet eens afgesproken, spontaan. Dan ben ik niet het meisje-met-kanker. En dat doet mij dan goed.”
Ine: “Je bent ook iemand die niet graag medelijden krijgt, niet?”
Jilke: “Zeer zeker.”
“Ik wil niet altijd dat meisje met kanker zijn” – Jilke Michielsen
Ine: “Daarom vond ik het zo moeilijk Jilke te contacteren. Maar ik begrijp dat zeer goed. Jilke wil haar tijd, wellicht beperkt, nog optimaal benutten. Maar dan moet je daar zó sterk voor zijn.”
Jilke: “In de weken dat ik geen pijn heb, voél ik mij ook niet ziek, dan valt het mij makkelijker sterk te blijven.”
Maar dan denk je tegelijk: waarom is dit maar tijdelijk?
Ine: “Ik ga het eens plat uitdrukken: als een vis in een bokaal die plots in een megagroot aquarium mag en daardoor weet dat er nog een ander leven is?”
Jilke: “Het gaat ook over vooruitzichten en heel veel plannen. ‘Ik ga dán nog op school de 100 dagen meevieren, dát nog met vriendinnen doen’… Ik weet dat ik volgende week weer een hele week chemo heb, dan kan ik maar beter zoveel mogelijk van deze week genieten.”
Ine: “Sorry dat ik het vraag, ben je dan in zo’n slechte week nog steeds even vrolijk en minder babbelachtig?”
Jilke: “Toch minder. Je kan niet áltijd positief blijven. Dan zijn er wel momenten van ‘ik wil dat allemaal niet…’. Maar dan weer gevolgd door: ik moet hier even door, er komen weer betere tijden.”
En in die betere tijden stráál je zelfs, niet Ine?
Ine: “Het is ook een keiknap meisje. Ik heb haar ook nog gekend met haar lang haar, hé.”
Maar dat korte kopje staat je toch beeldig, Jilke?
Jilke: “Ik kan er nú wel mee leven. (lacht). Bij de volgende chemo verlies ik evenwel weer een pak haren, hoor. Zié ik er weer ziek uit. En daar heb ik het moeilijk mee.”
“Ik vertelde ook mijn dochters over Jilke” – Ine Beyen
Je mama is blij met de recente foto’s van het hele gezin. ‘Voor later’, zei ze. Dat klinkt zó akelig.
Jilke: “Zo denk ik niet. Voor mij zijn het gewoon leuke foto’s, zonder meer. Ik leef gewoon van chemo naar chemo.”
Er wordt ook geen termijn over uitgesproken.
Jilke: “Hoe lang nog…?, daar is toch geen antwoord op. Zou ik ook niet willen, want dan zou ik daar gericht naar leven. (zacht) Maar ik blijf hopen. Hoe klein de kans ook is. Het is ook een heel uitzonderlijke variant van botkanker én de kanker is niet uitgezaaid naar mijn longen of zo. Al blijf ik realistisch. Ik krijg ook telefoontjes van mensen die natuurartsen en zo aanraden, maar daar geloof ik niet in.”
Het is onrechtvaardig: altijd zó gezond geleefd en dan…
Jilke: “…dan mensen zien die helemaal anders leven en niet zo ziek worden, jongeren zien roken en veel drinken en zo. Daar heb ik het moeilijk mee, ja.”
Nu eerst opnieuw chemo, dan donderdag te gast bij Sporza voor Leve de Ronde en zondag eregast op de Ronde. En hoe zien jouw volgende week en maanden er uit?
Jilke: “Mijn middelbaar onderwijs is intussen vooral online afgemaakt. Daarna wil ik toch hogere studies starten. Aan geneeskunde beginnen vind ik te zwaar, maar ik vind biologie en chemie interessante vakken, die wil ik nog volgen. Om toch bezig te blijven. Om mij een beetje normaal te voelen. Maar verder heb ik geen bucketlist, wat ik nog allemaal zou willen doen. Nog niet over nagedacht zelfs. Ik hoef geen grote reizen of zo. Ik geniet liever thuis, bij het gezin. Joran , Jarne en Jente leven ook ongelooflijk mee. Weet je, hun verdriet is ook groot. Vooral bij mijn ouders. Soms lijkt het wel dat het bij hen nog harder is binnengekomen. En dan troost ík hén.” (lachje)
Nog één vraagje: soms is een koers verliezen ‘dramatisch’. Dan denk jij bij uitstek nu toch: het is máár koers.
Jilke: “Ja.”
Ine: “Álles in het leven is relatief als het gaat om gezondheid en ziekte.”
Bedankt allebei. En, Jilke, we supporteren zondag voor de sterkste flandrien van het hele peloton.
The post “Niet normaal hoe sterk je bent, Jilke”: terminaal zieke Jilke (18) maakt dankzij Ine Beyen bijzondere Ronde mee is provided by KW.be.